De aanval van april 1943

Verzetsaanval op de Twentieth Convoy transporttrein.

Overzicht: Op 19 april 1943 hielden drie jonge Belgische verzetsleden het Twintigste Transport tegen, een treintransport dat joodse gedeporteerden van de Dossinkazerne naar Auschwitz vervoerde, waardoor honderden konden ontsnappen.

Een gedurfde reddingsmissie

De aanval op het Twintigste Transport is een van de meest opmerkelijke daden van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de nacht van 19 april 1943 verliet de transporttrein het doorgangskamp de Dossinkazerne in Mechelen met 1.631 joodse mannen, vrouwen en kinderen aan boord, met bestemming het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Drie jonge leden van het Belgisch verzet — Youra Livschitz, Jean Franklemon en Robert Maistriau — gewapend met slechts één pistool, een rode lantaarn en een betonschaar, onderschepten de trein nabij Boortmeerbeek. Door een rode lantaarn op de sporen te plaatsen, dwongen ze de machinist te stoppen, in de veronderstelling dat er gevaar dreigde. Onder dekking van de duisternis opende Maistriau de deur van een van de goederenwagons, waardoor de eerste groep gevangenen kon ontsnappen, terwijl Livschitz op de Duitse bewakers schoot.

Ontsnapping en overleving

Hoewel de Duitse bewakers snel het vuur openden op de vluchtende gevangenen, konden door de verwarring in totaal 233 mensen uit de trein springen. Sommigen werden gedood of heroverd, maar 118 wisten met succes aan gevangenneming te ontkomen en overleefden de oorlog. Deze gebeurtenis is het enige gedocumenteerde geval in bezet Europa waarbij een transporttrein naar Auschwitz met geweld werd gestopt om gedeporteerden te redden. Het staat symbool voor de moed van het Belgische verzet en de wanhopige strijd om te overleven.