Overzicht: Op paasmaandag 14 april 1941 vond in Antwerpen een pogrom plaats, aangestookt door Vlaamse pro-nazicollaborateurs die joodse winkels en synagogen aanvielen.
Escalatie van geweld
De Antwerpse Pogrom op paasmaandag 14 april 1941 was een gewelddadig anti-joods oproer op touw gezet door leden van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), de Zwarte Brigade en andere pro-nazicollaborateurs. Na de vertoning van de antisemitische propagandafilm Der Ewige Jude ("De Eeuwige Jood") in een lokale bioscoop, trok een meute van zo'n 200 collaborateurs naar de joodse wijk om een gecoƶrdineerde aanval uit te voeren.
De rerellers richtten zich op synagogen, joodse winkels en woningen. De Eisenmann-synagoge in de Oostenstraat en de grote Van Den Nestlei-synagoge (nu de Romi Goldmuntz-synagoge) werden vernield en in brand gestoken. Tora-rollen werden op straat gesleurd en verbrand. De menigte plunderde ook tal van winkels en mishandelde joodse bewoners die hun pad kruisten, onder wie de Antwerpse opperrabbijn Marcus Rottenberg, wiens huis werd vernield.
De nasleep en collaboratie
Hoewel de lokale brandweer bij de brandende synagogen aankwam, werd zij door de Duitse bezetters en collaborateurs onder druk gezet om niet in te grijpen, waardoor de historische gebouwen zware schade opliepen. Het geweld vond plaats met passieve instemming en actieve aanmoediging van het Duitse militaire bestuur, dat de gebeurtenis aangreep om verdere anti-joodse maatregelen te rechtvaardigen. De pogrom schokte de gemeenschap diep, toonde de directe dreiging van lokale collaboratie aan en was een voorbode van de systematische deportaties die het jaar daarop begonnen.