Wanneer mensen aan Sholem Aleichem denken, denken ze meestal aan Tevye de Melkboer, het geliefde personage wiens verhalen later model stonden voor de wereldberoemde musical Fiddler on the Roof (Anatevka). Via Tevye werd Sholem Aleichem een van de meest invloedrijke stemmen van het Joodse leven in Oost-Europa, die de taal, de humor en de strijd van de Joodse sjtetl bewaarde voor toekomstige generaties. De musical Fiddler on the Roof, die voor het eerst werd opgevoerd in 1964, was gebaseerd op zijn Tevye-verhalen en liet miljoenen mensen wereldwijd kennismaken met de wereld van het Oost-Europese Jodendom.
Minder bekend is echter een ander meesterwerk van Sholem Aleichem: Motl Peysi dem Khazns (Motl de Chazans zoon), zijn laatste en onvoltooide roman. Het boek, geschreven tussen 1907 en 1916, volgt de jonge Motl en zijn familie als ze hun verarmde sjtetl in Oost-Europa verlaten en beginnen aan de lange reis naar Amerika. De roman brengt een van de meest bepalende ervaringen uit de moderne Joodse geschiedenis levendig in beeld: de massale emigratie van Oost-Europa naar de Verenigde Staten.
Sholem Aleichem en Antwerpen
De band tussen Sholem Aleichem en Antwerpen was niet louter literair. Nadat hij het Russische Rijk had verlaten in de nasleep van de pogroms van 1905, reisde hij jarenlang door Europa, waaronder ook door België. Tijdens deze jaren voorzag hij in zijn levensonderhoud door openbare voorlezingen van zijn werken voor een Joods publiek over het hele continent.
In januari 1914 bezocht Sholem Aleichem Antwerpen tijdens een van zijn Europese voorleestours. Eigentijdse verslagen beschrijven hoe een menigte van ongeveer duizend mensen zich verzamelde in het Antwerpse Cercle Artistique om de gevierde Jiddische schrijver te horen voorlezen uit zowel zijn beroemde werken als niet-gepubliceerde manuscripten. Het evenement toont het belang van de stad aan als centrum van het Joodse leven aan de avond voor de Eerste Wereldoorlog.
Dit bezoek is des te belangrijker omdat Antwerpen ook prominent voorkomt in Motl de Chazans zoon. Of het nu geïnspireerd was door zijn eigen waarnemingen, door gesprekken met emigranten, of door beide, Sholem Aleichems weergave van Antwerpen is opmerkelijk levendig en authentiek.
Antwerpen: Toegangspoort tot Amerika
Tussen de jaren 1880 en de Eerste Wereldoorlog trokken honderdduizenden Joodse emigranten uit het Russische Rijk, Galicië en andere delen van Oost-Europa door Antwerpen op weg naar Noord-Amerika. De haven van de stad werd een van de belangrijkste vertrekpunten voor trans-Atlantische migratie. Joodse hulporganisaties, scheepvaartmaatschappijen en een groeiende Joodse gemeenschap groeiden mee met deze migratiebeweging.
In Motl de Chazans zoon is Antwerpen niet louter een halte op de reis. Het wordt afgeschilderd als een bruisend internationaal kruispunt vol emigranten die op schepen wachten, medische inspecties ondergaan, naar familieleden zoeken en dromen van een nieuw leven aan de overkant van de oceaan.
De jonge Motl is meteen getroffen door de stad. Een van zijn eerste waarnemingen betreft de netheid ervan. Hij verbaast zich erover dat de straten worden gewassen en geschrobd, een gezicht dat buitengewoon zou zijn geweest voor veel immigranten die uit kleine stadjes in Oost-Europa kwamen. Tegelijkertijd merkt hij op dat de emigrantenwijken overvol, lawaaierig en modderig zijn en vol zitten met mensen uit alle hoeken van de Joodse wereld.
De menselijke kant van migratie
Wat het hoofdstuk over Antwerpen zo waardevol maakt, is de focus op gewone mensen.
Motl ontmoet gezinnen die gescheiden zijn door immigratievoorschriften, kinderen die gestrand zijn in afwachting van toestemming om uit te varen, en emigranten die maanden of zelfs jaren hebben geprobeerd Amerika te bereiken. Een bijzonder ontroerend verhaal gaat over een jong meisje genaamd Goldele, wiens familie toestemming kreeg om door te reizen naar Amerika, terwijl zij gedwongen werd achter te blijven in Antwerpen omdat artsen ontdekten dat ze leed aan trachoom, een besmettelijke oogziekte.
Zulke verhalen waren niet alleen fictie. Tijdens deze periode screenden de Amerikaanse immigratieautoriteiten aankomende passagiers streng op ziekten zoals trachoom. Veel emigranten raakten daardoor vertraagd, werden afgewezen of gescheiden van hun familieleden. Het relaas van Sholem Aleichem weerspiegelt de werkelijke angsten van duizenden migranten die via Antwerpen naar de Verenigde Staten reisden.
Joodse hulporganisaties in Antwerpen
Een ander fascinerend aspect van het hoofdstuk is Motls beschrijving van een instelling die bekend staat als de "Cura".
De Cura dient als een plek waar emigranten hulp, informatie, kleding, medische hulp en ondersteuning krijgen in afwachting van hun vertrek. Motl beschrijft personeelsleden die reizigers helpen, informatie registreren, hulp verlenen en zorgen voor kwetsbare migranten.
Hoewel gepresenteerd door de ogen van een fictief kind, de instelling vertoont grote overeenkomsten met de Joodse liefdadigheidsorganisaties die tijdens het migratietijdperk in Antwerpen actief waren. Historische gegevens tonen aan dat Joodse hulporganisaties een cruciale rol speelden bij de ondersteuning van de duizenden Oost-Europese Joodse emigranten die met weinig geld en weinig connecties in Antwerpen aankwamen.
Het hoofdstuk herinnert ons eraan dat Antwerpen niet alleen een haven was. Het was ook een plek waar Joodse gemeenschappen uitgebreide netwerken van bijstand organisererden voor degenen die een betere toekomst zochten.
Joods leven in Antwerpen
Het Antwerpen van Motl is onmiskenbaar Joods.
Hij hoort overal in de stad Jiddisch spreken en ontmoet mede-Joden uit tientallen verschillende steden en regio's. Hij bezoekt zelfs wat hij een "Turkse synagoge" noemt, waarschijnlijk een verwijzing naar de sefardische gemeenschap van Antwerpen, wier tradities exotisch en vreemd overkwamen op veel asjkenazische immigranten uit Oost-Europa.
Deze korte waarnemingen bieden een zeldzame blik op de diversiteit van het Joodse leven in Antwerpen aan het begin van de twintigste eeuw.
Een literair venster op het verleden van Antwerpen
Vandaag de dag blijft Motl de Chazans zoon een van de belangrijkste literaire verslagen van de Joodse migratie van Oost-Europa naar Amerika. Door humor, mededogen en de unieke stem van een kindverteller bewaarde Sholem Aleichem de ervaringen van talloze migranten wiens reizen via Antwerpen liepen.
Voor historici van Joods Antwerpen biedt het hoofdstuk "Wonders of Antwerp" (Wonderen van Antwerpen) iets heel waardevols: een eigentijds literair portret van de stad zoals deze zich meer dan een eeuw geleden aan Joodse emigranten voordeed. Door de ogen van Motl zien we Antwerpen niet louter als een havenstad, maar als een plaats van wachten, onzekerheid, hoop en een nieuw begin.
Het hoofdstuk is des te opmerkelijker door het feit dat Sholem Aleichem zelf in januari 1914 voor een publiek in Antwerpen stond, slechts twee jaar voor zijn dood. Dezelfde stad die duizenden Joodse migranten verwelkomde op hun weg naar Amerika, verwelkomde ook de grootste Jiddische schrijver van zijn generatie.
Voor veel Joodse gezinnen die Oost-Europa verlieten, was Antwerpen de laatste stop voor de Nieuwe Wereld. In de pagina's van Motl de Chazans zoon leven hun ervaringen — en de plaats van Antwerpen in die reis — voort.
Referenties
- Internet Archive: Motl Peysi dem Khazns (Jiddische editie).